Wie maakt hier nu de dienst uit?

Om te kijken naar nieuwe verdienmodellen zoals bijvoorbeeld die van de biologische land-en tuinbouw is in eerste instantie een grondige analyse van de huidige situatie noodzakelijk. Boeren en tuinders zijn zich vaak niet bewust van het dilemma waarin zij verstrikt geraakt zijn. De wereld van de boer en tuinder speelt zich af op zijn bedrijf en zijn erf. De spelregels worden elders in de wereld door de politiek, multinationals, de burger en de consument bepaald. Dat de consument het voor het zeggen heeft lijkt in de eerste instantie logisch. Echter het spel verloopt anders, ook de consument wordt vermalen in het spel der grote bedrijven. 

Te beginnen bij de mondiale zaadproducenten van voedingsgewassen, slecht 7 grote bedrijven hebben ruim 70% van de wereldmarkt (10 reeds 90%) van de productie van zaden van voedingsgewassen in handen. Dezelfde bedrijven zijn ook vaak chemiereuzen en bepalen welke bestrijdingsmiddelen ingezet kunnen worden. Voor de boer, tuinder en consument een angstaanjagende combinatie. Multinationals bepalen dus wat wij en onze kinderen eten, wie wat mag telen en hoe het geteeld moet gaan worden.

Het agrarisch domein werkt met verse goederen, sommige kunnen we wat langer bewaren maar dat doet dan de handel, niet de producent. Boer en tuinder moeten dus snel leveren c.q. handelen anders gaat dat ten koste van de kwaliteit van hun product en wordt het nog minder waard.

 Aan de andere kant van de keten zitten de supermarkten, nu denkt de consument dat zij keuze heeft uit vele verschillen supermarkten, dat klopt ook maar achter de schermen kent de BV Nederland maar twee inkooporganisaties, AH en Superunie. Boer en tuinder hebben in Nederland dus maar twee klanten. In de EU is het al niet veel anders. Grof geschat heeft de Nederlandse boer en tuinder in Europa ca 15 grote (retail) klanten en nog ca 50-60 kleinere inkooporganisaties. Dus aan die kant van de keten zit ook een ongelofelijke grote inkoopmacht, zij bepalen dus de spelregels van vraag en aanbod voor de boer en tuinder. 

Als het gaat om onze voedselvoorziening vind ik dat een zorgelijke gedachte. Recent is ook weer duidelijk geworden dat voedselveiligheid ook ondergeschikt was aan het economisch belang. Dus de mate van voedselbeschikbaarheid en voedselveiligheid ligt voor een belangrijk deel in de handen van grote, vaak beursgenoteerde, multinationals. 

Van een faire prijs voor boer en tuinder is nauwelijks sprake. Zij zijn dan ook constant bezig met innovaties en kostprijsverlaging, dit vergt vaak investeringen en zo wordt men steeds afhankelijker van de handel en de bank. Dus kunnen boer en tuinder geen kant meer op. Schaalvergroting als doodlopende weg.

In dit hele spel gedraagt de overheid (NL en EU) zich ook onvoorspelbaar en wil de burger graag meer aandacht voor dier en natuur maar wenst als consument daarvoor niet te betalen.

De enige mogelijkheid is dat de consument de handel en de multinationals onder druk zet om zorg te dragen voor voldoende en gezond voedsel tegen een redelijke prijs, waar alle partijen een goede boterham aan kunnen verdienen. Ieder bedrijf heeft uiteindelijk een “license to operate” vanuit de samenleving nodig. Dus samenleving: koester uw producenten (onze boeren en tuinders) van veilig voedsel van hoge kwaliteit en laat u niet misleiden door de grote bedrijven die goed voor zichzelf zorgen en de rest in de keten uitknijpen. 

Hans Ligtenberg Oud docent Tuinbouw & Agribusiness Hogeschool Inholland Delft